Spaanse woordjes leren met een woordzoeker. Drie puzzels met Spaanse woorden, van makkelijk tot moeilijk: kleuren, dieren en woorden voor op vakantie. Handig voor de middelbare school, een cursus Spaans of als voorbereiding op een reis naar Spanje. Online te spelen of te printen met oplossing.
Spaanse woordzoeker: colores (kleuren)
Tien kleuren in het Spaans. Alleen horizontaal en verticaal.
Spaanse woordzoeker – colores Makkelijk
0 van 10 gevonden · 0:00
- rojo
- azul
- verde
- amarillo
- naranja
- morado
- negro
- blanco
- rosa
- gris
Spaanse woordzoeker: animales (dieren)
Twaalf dieren in het Spaans. De woorden staan ook schuin.
Spaanse woordzoeker – animales Gemiddeld
0 van 12 gevonden · 0:00
- perro
- gato
- caballo
- pájaro
- conejo
- ratón
- vaca
- oveja
- pato
- elefante
- mono
- tigre
Spaanse woordzoeker: de vacaciones (op vakantie)
Veertien woorden voor op reis, in alle richtingen en ook achterstevoren.
Spaanse woordzoeker – de vacaciones Moeilijk
0 van 14 gevonden · 0:00
- playa
- sol
- mar
- hotel
- maleta
- piscina
- helado
- toalla
- arena
- avión
- mapa
- montaña
- ciudad
- museo
Woordenlijst met vertaling
- Colores: rojo (rood), azul (blauw), verde (groen), amarillo (geel), naranja (oranje), morado (paars), negro (zwart), blanco (wit), rosa (roze), gris (grijs).
- Animales: perro (hond), gato (kat), caballo (paard), pájaro (vogel), conejo (konijn), ratón (muis), vaca (koe), oveja (schaap), pato (eend), elefante (olifant), mono (aap), tigre (tijger).
- De vacaciones: playa (strand), sol (zon), mar (zee), hotel (hotel), maleta (koffer), piscina (zwembad), helado (ijsje), toalla (handdoek), arena (zand), avión (vliegtuig), mapa (kaart), montaña (berg), ciudad (stad), museo (museum).
Accenten en de ñ in de puzzel
In een woordzoeker staan geen accenten. Pájaro staat in het rooster als PAJARO, avión als AVION en montaña als MONTANA. Let bij het overschrijven van de woorden dus goed op: in het Spaans horen de accenten en de tilde op de ñ er wel bij. Ze veranderen soms zelfs de betekenis.
Zo leer je de woorden het best
- Lees de woordenlijst eerst hardop. Spaans spreek je bijna altijd uit zoals je het schrijft.
- Zoek de woorden en zeg bij elk gevonden woord de Nederlandse vertaling.
- Schrijf daarna de woorden uit je hoofd op, met accenten.
- Maak met de woordzoeker maker een puzzel met de woorden van je eigen hoofdstuk of je toets.
Leer je meer talen? Probeer ook de Engelse, Franse en Duitse woordzoeker.
Meer puzzels: vakantie, zomer en dieren in het Nederlands. Of maak er zelf een met de woordzoeker maker.